Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening
flamingo

(Deel van de) Triviale naam voor alle soorten behorend tot de familie Phoenicopteridae (Ciconiiformes, onderorde Phoenicopteri) en in het meervoud de algemene aanduiding voor de familie (5 soorten) en onderorde. De systematische positie is niet geheel duidelijk, maar ze zijn waarschijnlijk verwant met ganzen en eenden. Het zijn grote vogels (90-190 cm) met lange, gebogen nek, die in de vlucht gestrekt wordt gehouden, en lange poten met zwemvliezen tussen de tenen. Het unieke kenmerk is de merkwaardige, neergebogen snavel, geknikt in het midden met een grote diepe ondersnavel en een dekselachtige bovensnavel. Het verenkleed van volwassen vogels is altijd roze of rozerood; de slagpennen zijn zwart. Het gezicht is onbevederd, het oog is geel, oranje of donker, de snavel roze of geel met zwarte punt, de poten zijn witroze, fel roze of geel. Sommige soorten trekken enorme afstanden, vaak ’s nachts. Flamingo’s leven altijd in groepen en komen soms in enorme concentraties voor. Alle leven in brakke of zoute meren of lagunes, meestal in een warm klimaat. Het voedsel wordt uit de modder gezeefd door een gespecialiseerd filtersysteem in de snavel, die ondersteboven in het water wordt gehouden. De dikke vlezige tong ligt in een groef van de ondersnavel en dient onder andere om het voedsel door te slikken. Het voedsel bestaat voor een groot deel uit blauwgroene algen endiatomeeën, die in de snavel blijven hangen achter haarachtige lamellen. De Europese Flamingo Phoenicopterus roseus is echter minder gespecialiseerd en eet ook andere zaken als pekelkreeftjes en slakken. Alle flamingo’s broeden in kolonies. Het nest bestaat uit een conisch heuveltje van modder, waarop in de holle top de eieren worden gelegd. De jongen ontwikkelen het filtersysteem in de snavel pas op een leeftijd van 9-10 weken en zijn tot die tijd volledig van de ouders, die voedsel voor hen opbraken, afhankelijk. Tot een leeftijd van 14 maanden hebben de jongen een bruingrijs verenkleed. De bekende Europese Flamingo heeft twee ondersoorten: een in het Mediterrane gebied, Afrika en Zuidwest-Azië en een in het Caribische gebied en de Galápagoseilanden. De Kleine Flamingo Phoeniconaias minor komt voor in West, Oost- en Zuid-Afrika en Noordwest-India. De andere drie soorten leven in Zuid-Amerika.

Alternatieven:

flamingo’s
Phoenicopteridae

Multimedia:
flamingo