Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening

Roodwangschildpad

Uiterlijke kenmerken
Rugschild plat en ovaal met een lengte tot 30 cm, meestal kleiner. Met het ouder worden wordt deze steeds meer langwerpig. Basiskleur rugschild, kop en poten olijf- tot zeer donker groen met een minder of meer uitgesproken patroon van gele streepjes. Kop, hals en poten zijn geel gestreept met achter de ogen een grote langwerpige rood/oranje vlek. Buikschild is lichtgeel met een patroon van donkere vlekken, meestal op elk buikschild een vlek. Naarmate de dieren ouder worden wordt het buikschild donkerder en vervagen de vlekken, waardoor er steeds minder contrast is. Het rugschild is aan de achterrand enigszins gekarteld en heeft een zwakke lengtekiel. Bij jonge dieren is deze kiel het duidelijkst aanwezig, met het ouder worden vervaagt deze. Zwemvliezen tussen voor- en achterpoten, voorpoten met 5 klauwen, achterpoten 4. De mannetjes zijn kleiner dan de vrouwtjes en hebben veel langere, gebogen klauwen. Bij zeer jonge dieren is het schild rond en lichtgroen gekleurd met een patroon van gele streepjes en met oogvlekken op zowel rug- als buikschild. Aan de zijkanten zijn buik- en rugschild met elkaar vergroeid. Het rugschild van pasgeboren jongen is 2-3,5 cm lang.

Gelijkende (onder)soorten die ook wel worden aangetroffen in Nederland:
- Geelwangschildpad (Trachemys scripta troostii). Deze ondersoort heeft geen rode vlek op de kop.
- Geelbuikschildpad (Trachemys scripta scripta) Lijkt op beide andere ondersoorten, heeft uitsluitend een gele tekening op de kop. Van de geelwang te onderscheiden doordat er bij deze ondersoort een gele verticale band achter het oog loopt, hierin komen enkele gele horizontale lengtebanden uit. Verder is het rugschild boller dan bij de geelwangschildpad.

Verspreiding
Komt oorspronkelijk uit de VS (het stroomgebied van de Missisisippi). Is massaal overal in Europa geïmporteerd als huisdier en vervolgens massaal ontsnapt en losgelaten. Dit in dusdanige hoeveelheden dat hij veelvuldig in de vrije natuur wordt aangetroffen. Weet zich tot in Groot-Brittanië aan toe te handhaven, maar plant zich alleen in het zuiden van Europa voort.

Biotoop
Allerlei stilstaande of zwak stromende waters, bij voorkeur met veel water- en/of oevervegetatie. Relatief vaak in water in de buurt van mensen, zoals parkvijvers, grachten en kanalen omdat hij daar het meest gedumpt wordt. In Nederland ook aangetroffen in vennen en andere waters in natuurgebieden.

Levenswijze
Gebonden aan zoet water. Verlaat het water alleen om te zonnen of eieren af te zetten. Niet zo kieskeurig wat betreft leefomgeving. Vandaar dat hij zich hier ook kan handhaven, zij het met moeite. Het klimaat is hier niet ideaal. De winters zijn niet het probleem, dan gaat hij in winterslaap. Alleen is de zomer eigenlijk te kort en voorjaar en herfst te lang. De temperaturen zijn in deze perioden te hoog om in winterslaap te gaan en te laag om hun metabolisme goed te laten functioneren. Alleen in zuiden van Europa kan hij zich succesvol voortplanten. Vanwege zijn agressieve gedrag vormt hij daar soms een bedreiging voor de inheemse waterschildpadden. Het vrouwtje legt zo'n 5-12 eieren in een kuil aan land die ze met haar achterpoten graaft. In Nederland nog geen meldingen, de zomers zijn hier te kort en niet heet genoeg, waardoor de eieren niet volledig tot ontwikkeling komen. Maar in een uitzonderlijk hete en lange zomer is het zeker niet onmogelijk. Over het algemeen is deze soort vrij schuw, duikt snel onder water bij verstoring. Voedt zich voornamelijk met dierlijk- maar daarnaast ook met plantaardig voedsel. Overwintert in de modder onder water, soms ook ingegraven aan land.
De import van deze dieren is al zo'n 10 jaar verboden, maar daarna is men andere soorten of ondersoorten gaan importeren. Nu worden ook deze dieren in het wild aangetroffen.

Trefkans
Zont graag op boven het water uitstekende of drijvende objecten zoals boomstammen en takken of aan de oever. Bij benadering duikt hij al snel onder water. Meeste kans ze aan te treffen is door op een zonnige dag rustig van een afstand het water te observeren.

Roodwangschildpad (Trachemys scripta subsp. elegans)