Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening
 
Mycorrhiza

Ongeveer 800 (20 procent) van de circa 4000 in Nederland voorkomende soorten macrofungi leven in symbiose met de wortels van loofbomen als eiken, beuken, haagbeuken, berken, elzen, populieren, wilgen, lindes, tamme kastanjes en hazelaars en van naaldbomen als dennen, sparren en larixen.
De meeste van deze zogenaamde ectomycorrhizasymbionten behoren tot de Basidiomyceten, een beperkt aantal tot de Ascomyceten. Zij vormen een schimmelwortel of ectomycorrhiza (35.jpg), een mycelium, dat de wortels omgeeft en tegen uitdroging, zware metalen en parasieten beschermt. Het groeit van daaruit als een fijn vertakt netwerk van schimmeldraden tussen de boomwortels uit en zorgt zo voor verbetering van de wortelstabiliteit en voor een vergroting van het doorwortelend vermogen en de opnamecapaciteit van het wortelgestel met een factor 1000. Via dit uitgebreide netwerk vindt aanvoer van water en van in water opgeloste voedingszouten uit de bodem naar de boom plaats.

Via de mycorrhiza voorziet de schimmel in zijn energiebehoefte, door door de boom geproduceerde koolhydraten in de vorm van suikers en zetmeel op te nemen.

Bomen zouden zonder een met schimmeldraden uitgebreid en een door schimmelmantels beschermd wortelstelsel niet overleven. De mycorrhizavormende schimmels kunnen evenmin zonder bomen. Bij een verstoring van het evenwicht in deze wederzijdse afhankelijkheidsrelatie, kan de symbiose in eenzijdig parasitisme overgaan.

Meer dan 90 procent van alle hogere planten gaat een samenlevingsvorm met een mycorrhizavormende schimmel aan. Een klein aantal van de ectomycorrhizavormende macrofungi, de specialisten, kan maar met één boomsoort een symbiose aangaan, de generalisten vormen met meerdere loof- en/of naaldboomsoorten ectomycorrhiza's. Zo komen de Gele ringboleet (Suillus grevillei) (788.jpg) en de Holsteelboleet (Boletinus cavipes) (780A.jpg) uitsluitend als symbiont van larix voor.

De met loof- en naaldbomen ectomycorrhiza's vormende Gewone krulzoom (Paxillus involutus) (764A.jpg) en Gewone franjezwam (Thelephora terrestris) (269.jpg) kunnen zelfs tijdelijk saprotroof op dood hout leven.

Ectomycorrhiza vormers komen vaak in successie voor. Zo treft men in jonge dennenbossen grote aantallen van de Pagemantel (632.jpg) en de Koeienboleet (785.jpg) aan. In oude bossen wordt hun rol door de Kastanjeboleet (772.jpg) en door Russula-soorten overgenomen.

Bij loofbomen zijn Fopzwammen (494.jpg), Vaalhoeden (652.jpg) en de Gewone krulzoom (764A.jpg) de pioniers. Na bosbranden vormt het Gewoon brandplekkelkje (Geopyxis carbonaria) (107.jpg) mycorrhiza's rond de wortels van op brandplekken gekiemde zaailingen van naaldbomen.
Mycorrhiza's met pluizige myceliumstrengen dragen met name bij aan de watervoorziening van planten en bomen.

De ectomycorrhiza's van Melkzwammen (Lactarius) (35.jpg) bestaan uit compacte, aan het oppervlak gladde myceliummassa's, die de wortels omgeven en vaak dezelfde kleur als de bovengrondse vruchtlichamen hebben. Zij spelen een belangrijke rol in de opname van organische stikstof en fosforverbindingen door loof- en naaldbomen.

Net als de meeste hogere planten hebben bomen als esdoorns, essen, platanen, iepen en paardenkastanjes schimmelmantels om hun wortels, de zogenaamde endomycorrhiza's of (vesiculaire) arbusculaire mycorrhiza's (VAM- of AMF-schimmels) van schimmels, die niet tot geslachtelijke voortplanting en vorming van bovengrondse vruchtlichamen in staat zijn.

Daarnaast komen mycorrhiza's van heide, van orchideëen, het zogenaamde Arbutusmycorrhiza bij Aardbeiboom- en Wintergroenachtigen en zelfs symbioses tussen schimmels en insecten als luizen, kevers, mieren en termieten (Termitomyces) (1.jpg) voor.

De symbioses van schimmels en bomen zijn kwetsbaar. Door milieuvervuiling en verdroging is de laatste jaren een sterke achteruitgang van met name de specialisten onder de met bomen ectomycorrhizavormende macrofungi waar te nemen.