zadelsprinkhaan
Lengte 22-30 mm, augustus-oktober
Kenmerken Lichtgroen tot olijfgroen, soms ook gelig of blauwgroen. Achterhoofd zwart. Voorvleugels zijn stompjes, die zich voor een groot deel onder het sterk gewelfde, trechtervormige halsschild bevinden. Geen achtervleugels.
Voorkomen Op warme, droge, ruig begroeide hellingen. In Zuid-Europa heel algemeen. In noordelijke richting vooral bekend van een aantal geïsoleerde locaties. Veel populaties bedreigd. In het midden en zuiden van Nederland (Nijmegen, Veluwe) en bekend van Nederlands en Belgisch Limburg.
Levenswijze Het sjirpen is ook overdag te horen en bestaat uit luide hoogfrequente dubbeltonen (Ephippiger ephippiger). |