Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening
 
Hemimetabola

De primitieve, gevleugelde insecten hebben een zogenaamde onvolledige metamorfose. Ze worden wel hemimetabool genoemd. Deze insecten lijken als larve of nimf sterk op de volwassen dieren, maar de vleugels en de geslachtsdelen ontbreken. Ze doorlopen een aantal nimfale ontwikkelingsstadia alvorens het volwassen stadium te bereiken. Na de laatste vervelling ontstaat er een gevleugeld imago. Alleen de eendagsvliegen of haften kennen nog een vervelling als adult; ze doorlopen nog een gevleugeld subimago-stadium dat maar een of twee dagen duurt. Een echt popstadium ontbreekt in de Hemimetabola. Dikwijls verschillen de nimfen in kleur en tekening van de volwassen dieren, maar wel leven ze in hetzelfde leefgebied of habitat en eten zij ook vaak hetzelfde type voedsel als de adulten. Voorbeelden zijn sprinkhanen en krekels, kakkerlakken en bidsprinkhanen, wantsen en tripsen. Grote uitzonderingen worden daarentegen gevormd door libellen, eendagsvliegen en steenvliegen (052 4b g), waarvan de larven in het water leven en andere typen voedsel eten dan de volwassen dieren (die in het geval van eendagsvliegen en steenvliegen vaak niet eten). Grote verschillen in de genoemde groepen liggen ook in de manier van ademhalen; de nimfen doen dit door middel van tracheekieuwen (032 2 g) en nemen de zuurstof uit het water op, terwijl de adulten ademen via atmosferische lucht, zoals alle andere landinsecten. Bij veel hemimetabole insecten kan de vleugelontwikkeling goed vanaf de buitenkant worden geobserveerd. Na iedere vervelling wordt de plaats waar de vleugels zich ontwikkelen beter zichtbaar of liggen de vleugels in ontwikkeling bewegingloos langs het lichaam. Als de nimf voor de laatste keer is verveld en het volwassen stadium is bereikt hangen de vleugels als twee paar lappen aan het lichaam. Het insect kiest dan een gunstige positie uit om ze eerst met bloed op te pompen om ze daarna te laten uitharden. Het hele proces is vaak in de ochtend goed te volgen bij libellenlarven die aan plantenstengels langs de waterkant om hoog kruipen.