Startpagina | Zoeken | Soort identificeren | Taxonomische boom doorbladeren | Quiz | Over deze website | Geef uw mening
 
A6. NIBI-spelling

De spelling van Nederlandse plantennamen volgens de NIBI-richtlijnen

Ruud van der Meijden [Eerder gepubliceerd in Gorteria 24(2): 33-35 (1998)]

De toepassing van de officiële regels van de nieuwe spelling heeft tot tal van problemen bij de spelling van biologische namen geleid. Omdat namen van organismen een sleutelrol spelen in biologische publicaties, en omdat Nederlandse namen steeds vaker worden gebruikt in plaats van wetenschappelijke namen, besloot het Nederlands Instituut voor Biologie (NIBI) om een spellingcommissie in het leven te roepen.1

Deze commissie kwam tot de volgende voorstellen:
1. biologische namen behoren tot de levende taal; zij volgen dus in principe de officiële spelling;
2. uitzondering 3 van regel 5.1.1.1 van het Groene Boekje wordt niet toegepast;
3. bij regel 5.1.1.2 (a,b,c) van het Groene Boekje wordt niet op de meervoudsvorm gelet;
4. het opstellen van een korte lijst met bijzondere gevallen.
Toelichting

ad 1. De spellingsverwarring die is ontstaan zou nog groter worden indien "de biologen" plotseling de namen voor biologische taxa als eigennaam zouden opvatten, en de nieuwe spellingsregels niet op deze "biologische eigennamen" zouden toepassen [Voorbeeld: iedereen zou thans kattenstaart (voor Lythrum) schrijven, behalve de bioloog: deze zou schrijven: "Kattestaart"]. En wat zou de motivatie zijn om thans een uitzondering te maken voor de spelling van biologische namen? Deze hebben immers ook eerder de spellingswijzigingen gevolgd.

Over het eventuele gebruik van een hoofdletter het volgende. Reeds vele jaren wordt in Gorteria de Nederlandse naam van een taxon met een hoofdletter gespeld, naar analogie van het gebruik van de hoofdletter bij de genusnaam van de wetenschappelijke naam. Dit betekent echter niet, dat zo'n Nederlandse naam tot de taalkundige categorie der eigennamen behoort: regel 5.3 van het Groene Boekje geeft dan ook aan dat namen van planten en dieren niet als eigennaam worden beschouwd. In veel andere biologische publicaties wordt die hoofdletter niet gebruikt, en dat zal ook in de toekomst wel zo blijven.

ad 2. Woorden waarvan "het eerste deel een dierennaam en het tweede deel een plantkundige aanduiding [is]" zouden volgens het Groene Boekje zonder tussen-n moeten worden gespeld. Deze uitzonderingsregel leidt tot verschillen tussen gelijksoortige namen (voorbeeld: kattekruid voor Nepeta maar kattenstaart voor Lythrum). Naar het oordeel van de NIBI-commissie heeft de Nederlandse Taalunie zich onvoldoende rekenschap gegeven van de consequenties van deze uitzonderingsregel [Voorbeeld: bijeorchis, want 'bij' is een dierennaam en 'orchis' een plantkundige aanduiding; daarentegen dennenorchis en poppenorchis, want 'den' en 'pop' zijn geen dierennamen]. De NIBI-commissie is van mening dat deze uitzonderingsregel geschrapt moet worden.

ad 3. Voor woorden die eindigen op een toonloze /e/ (zoals in heide, linde) heeft het Groene Boekje een regel gemaakt die zeer moeilijk toepasbaar is, en zelfs onder lexicografen tot verschillende oplossingen leidt. Dit komt, omdat de meervoudsvorm [-es, -en of -es/-en] van het woord meetelt bij de spelling van een samenstelling. Afgezien van het verschijnsel dat de laatste jaren steeds vaker een -s als meervoudsvorm wordt gebruikt bij een woord dat eindigt op een zachte /e/, bestaan er ook verschillen tussen schrijf- en spreektaal bij deze meervoudsvormen, terwijl er bovendien regionaal verschillen optreden. Als, zoals de NIBI-commissie voorstelt, de meervoudsvorm niet wordt meegeteld, blijft het (bijvoorbeeld) doddegras in plaats van (volgens de regels van het Groene Boekje) doddengras.

ad 4. In een aantal gevallen speelt de etymologie van een naam een rol bij de spelling. Het betreft de volgende plantennamen: bilzekruid, ereprijs, hennegras, huttentut, kaardebol, kalketrip, maretak, sporkehout, wegedoorn, wollegras, zenegroen. Voorts wordt gespeld: fluitenkruid en krabbenscheer.

Consequenties

Het NIBI heeft het verslag van de commissie en de totaallijst van biologische namen met samenstelling gepubliceerd in BioNieuws.2 Het doet de aanbeveling om die schrijfwijze te volgen. De NIBI-spelling zal worden toegepast bij de Biologische Basisregisters (CBS), het Nationaal Natuurhistorisch Museum (Naturalis), en in de eerstvolgende bijdruk van Heukels' Flora van Nederland. Hieronder volgt het overzicht van de schrijfwijze van botanische namen-met-samenstellingen welke in de Heukels' Flora voorkomen. Deze spelling zal ook door de Gorteria-redactie worden toegepast.

Plantennamen-met-samenstellingen, gespeld volgens de NIBI-richtlijnen

Berendruif
Berenklauw
Biestarwegras
Biezenknoppen
Biggenkruid
Bilzekruid
Blazenstruik
Boerenjasmijn
Bokkenorchis
Bonenkruid
Bijenorchis
Dennenorchis
Dennenwolfsklauw
Doddegras
Dovenetel
Duivenkervel(familie)
Eendenkroos(familie)
Ereprijs
Fluitenkruid
Ganzenbloem
Ganzenvoet
Ganzerik
Geitenbaard
Genadekruid
Guldenroede
Hanenpoot
Hazelaar
Hazenpootje
Hazenstaart
Hazenzegge
Heggendoornzaad
Heggenduizendknoop
Heggenrank
Heggenwikke
Hennegras
Huttentut
Kaardebol(familie)
Kalketrip
Kattendoorn
Kattenkruid
Kattenstaart
Koninginnenkruid
Krabbenscheer
Krentenboompje
Leeuwenbek
Leeuwentand
Lenteklokje
Lievevrouwebedstro
Lisdoddefamilie
Maagdenpalm
Madeliefje
Maretak
Mottenkruid
Muizenoor
Muizenstaart
Muggenorchis
Naaldenkervel
Ogentroost
Ossentong
Paardenbloem
Paardenbloemstreepzaad
Paardengras
Paardenhaarzegge
Paardenhoefklaver
Paardenkastanje(familie)
Paardenstaart(familie)
Paardenzuring
Paddenrus
Papegaaienkruid
Pijpenstrootje
Piramidezenegroen
Pittenkruid
Poppenorchis
Postelein
Pruikenboomfamilie
Ratelaar
Roggelelie
Rozemarijn
Schapengras
Schapenzuring
Schedefonteinkruid
Schorrenkruid
Schorrenzoutgras
Schorseneer
Slangenkruid
Slangenlook
Slangenwortel
Sporkehout
Sterrenkroos(familie)
Vijgenboom
Vinkenzaad
Vliegenorchis
Vlooienkruid
Vossenstaart
Vroegeling
Vrouwenmantel
Wantensorchis
Waterkaardefamilie
Wederik
Wegedoorn
Weidehavikskruid
Wespenorchis
Wildemanskruid
Wilgenroosje
Wollegras
Zegekruid
Zenegroen
Zonnebloem
Zonnedauw
Zonneroosje
Zwanenbloem(familie)

1. Samenstelling van de Commissie:
prof.dr. J. van Andel (vice-voorzitter Koninklijke Nederlandse Botanische Vereniging), dr. C. Bas (voorzitter Commissie van naamgeving, Nederlandse Mycologische Vereniging), dr. J.M. van den Broek (hoofdredacteur BIONieuws), drs. L. van Duuren (Biologische Basisregisters, Centraal Bureau voor de Statistiek), drs. W. Hetterscheid (voorzitter Commissie voor naamge-ving van Sierteeltgewassen, Vaste Keurings Commissie), drs. C.R.M. Koopman (directeur Nederlands Instituut voor Biologie), drs. M.J.H. Kortselius (Bryologische en Lichenologische Werkgroep van de KNNV), dr. R. van der Meijden (auteur Heukels' Flora van Nederland), dr. J. Mennema (auteur Heimans, Heinsius & Thijsse Geïllustreerde Flora van Nederland en België), dr. D. De Meyere (Nationale Plantentuin van België), dr. E.J. van Nieukerken (eindredacteur serie Nederlandse Fauna, Nationaal Natuurhistorisch Museum Naturalis), dr. L.C.M. Röst (hoofdredacteur Winkler Prins Encyclopedie).

2. R. van der Meijden, L.C.M. Röst & C.R.M. Koopman, 1997. NIBI-richtlijnen voor de schrijfwijze van biologische namen (incl. Totaallijst van biologische namen met samenstellingen). BIONieuws 20, 13 december 1997, pag. 16.