Gewone zilverspar BB. 2201
Volledige wetenschappelijke naam: Abies alba Mill.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Abies grandis: Twijgen grijs. Knoppen zonder hars. Bladen 1,5-3 cm lang. Kegels 10-20 cm lang, dekschubben langer dan de kegelschubben.
Tot 45,00. Mei. Fanerofyt.
Standplaats: In bossen, parken en tuinen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Aangeplant en soms verwilderd.
Europees areaal: M.- en Z.-Europa.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2254 |