Melkviooltje RH. 1389
Rode Lijst 1
Volledige wetenschappelijke naam: Viola persicifolia Schreb.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Viola canina: Plant met ondergrondse uitlopers. Stengel rechtopstaand. Bladen vaak dunner, aan de voet zwak hartvormig tot wigvormig. Bladsteel naar boven toe smal tot duidelijk gevleugeld. Bloemen melkwit. Spoor 2-3,5 mm lang, 0,5-2,5 mm voorbij de kelkaanhangsels reikend.
0,02-0,30. Mei-juni. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op natte, matig voedselarme grond aan greppels in blauwgraslanden, op moerassige veen- en heidegrond.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeer zeldzaam in het Laagveen-, Gelders en Subcentreuroop district.
Ecologische groepen: G22.
Plantensociologische groepen: WdH: 25Ac.
Europees areaal: Marginaal, ++4310.
Opm. De volkomen onvruchtbare bastaard Viola xritschliana W.Becker - BB. 1606 (Viola canina x persicifolia) komt voor in blauwgraslanden (WdH: 25Ac1).
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 492 |