Maarts viooltje RH. 1384
Volledige wetenschappelijke naam: Viola odorata L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Viola hirta: Bladsteel met tot 0,25 mm lange teruggeslagen haren. Plant met bovengrondse, rozetten dragende uitlopers. Bloemen welriekend, diep paarsblauw, in het midden wit, soms roze of wit. Opm. Bladen na de bloei sterk uitgroeiend.
0,05-0,15. Maart-mei. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op vochtige, voedselrijke grond loofbossen, onder heggen en onder hakhout, in holle wegen en beschaduwde bermen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Heuvelland, Fluviatiel, Estuariën-, Renodunaal en Urbaan district; elders zeldzaam en meestal verwilderd. Ook als sierplant, soms met gevulde bloemen.
Ecologische groepen: H47.
Plantensociologische groepen: WdH: 38Aa5.
Europees areaal: Centraal, +44333.
Opm. De bastaard Viola xscabra F.Braun - BB. 1605 (Viola hirta x odorata) is geheel of grotendeels onvruchtbaar en intermediair tussen de ouders. Zeldzaam
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 490 |