Gewone veldsla RH. 1336
Volledige wetenschappelijke naam: Valerianella locusta (L.) Laterr.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Valerianella carinata: Vrucht van terzijde gezien rondachtig, zijdelings samengedrukt, op dwarse doorsnede aan de rugzijde van het vruchtbare hokje met een kurkachtige verdikking, aan de buikzijde met 2 onvruchtbare hokjes. Onderste bladen spatelvormig, stomp, de bovenste lancetvormig tot langwerpig, iets spits, soms ook breder en stomp, meestal gaafrandig.
0,07-0,25. April-mei, zelden juli-aug. Therofyt.
Standplaats: Op open plaatsen op vochtige, voedselrijke, vaak omgewerkte, grazige grond in bermen en op dijken, soms in akkers.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk vrij algemeen in het Heuvelland, Fluviatiel, Haf- en Duindistrict tot op Texel; elders zeer zeldzaam. Ook als groente in cultuur.
Ecologische groepen: P47, G47.
Plantensociologische groepen: WdH: 13.
Europees areaal: Centraal, 044032.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 996 |