Blauwe bosbes RH. 1329
Volledige wetenschappelijke naam: Vaccinium myrtillus L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Vaccinium uliginosum: Takken scherpkantig. Bladen gekarteld-getand, aan weerszijden lichtgroen, eirond of elliptisch, spits tot vrij stomp. Bloemkroon groenachtig, roodachtig aangelopen. Bes blauwzwart, met purperkleurig sap, zelden wit, weinig zuur, eetbaar.
Opm. De bastaard Vaccinium xintermedium Ruthe - BB. 1602 (Vaccinium myrtillus x Vaccinium vitis-idaea) [Nederlandse Oecologische Flora 3: 49; Gorteria 13: 27] is op verscheidene plaatsen gevonden, meestal met zwartblauwe, soms met rode bessen. Deze bastaard is in de overige kenmerken intermediair tussen beide oudersoorten. Hij is grotendeels onvruchtbaar.
0,15-0,50(-1,50). April-juni(-herfst). Chamaefyt (Fanerofyt).
Standplaats: Op vochtige tot droge, zure grond in bossen, in heidevelden, op veendijkjes in hoogveen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen in het Pleistoceen en plaatselijk in het Heuvelland district; zeer zeldzaam in het Laagveen- en Duindistrict.
Ecologische groepen: G41, G61, H41, H61.
Plantensociologische groepen: WdH: 36; 37.
Europees areaal: Centraal, 444321.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1003 |