Fladderiep RH. 5154
Volledige wetenschappelijke naam: Ulmus laevis Pallas
Diagnostische kenmerken: Bloemen vruchtstelen 6-25 mm lang. Vrucht(beginsel) met dicht behaarde rand, vrucht bij rijpheid ca. 1-1,5 cm lang. Zijnerven vaak alle onvertakt. Bladen rondachtig tot omgekeerd eirond, kort toegespitst, met zeer scheve voet, de tanden der dubbel-gezaagde bladrand sterk gekromd; bovenzijde tenslotte vaak kaal en glad, onderzijde zacht behaard.
Tot 35,00. Maart-april. Fanerofyt.
Standplaats: Op vochtige, voedselrijke grond langs beken in loofbossen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeer zeldzaam in het Heuvelland en Subcentreuroop district (Achterhoek). Soms aangeplant.
Europees areaal: Marginaal, 1+342+.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2301: gen. Ulmus |