Gaspeldoorn RH. 1319
Rode Lijst 3
Volledige wetenschappelijke naam: Ulex europaeus L.
Diagnostische kenmerken: Takken in dorens uitlopend. Jonge loten, bloemstelen, kelken en vruchten afstaand behaard. Bladen priemvormig, stijf, met stekelpunt. Kelk 2-delig. Kroonbladen geel, 1,5-2 cm lang. Vrucht weinig langer dan de kelk.
0,60-2,00. (Dec.-)maart-mei. Fanerofyt, Chamaefyt.
Standplaats: Op min of meer droge, matig voedselarme grond op heiden, in wegbermen, op spoordijken, aan bosranden en in de binnenduinen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeldzaam in het Gelders, Subcentreuroop en Kempens district; elders zeer zeldzaam; ontbreekt in het Hafdistrict en Flevoland. Ook aangeplant en verwilderd.
Ecologische groepen: H62.
Plantensociologische groepen: WdH: 30Ba1.
Europees areaal: Centraal, 0420+1.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 509 Pagina 2347 |