Gewone paardenbloem RH. 1264
Volledige wetenschappelijke naam: Taraxacum officinale F.H.Wigg.
Diagnostische kenmerken: Buitenste omwindselbladen horizontaal afstaand of teruggericht. Buitenste omwindselbladen eirond tot lijnlancetvormig. Bladen zeer variabel, vaak sterk ingesneden en getand.
Opm. Hiertoe behoort o.a. Taraxacum multicolorans HvSZ.
0,10-0,40. Eind maart-half mei; sept.-nov.; soms het gehele jaar door. Hemikryptofyt.
Standplaats: In graslanden, bermen en gazons op vochtige tot droge, meer of minder sterk bemeste bodems.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeer algemeen.
Plantensociologische groepen: WdH: 16Aa, 16Ab8, 25Ba.
Europees areaal: Centraal, 444444.
Opm. In Nederland ca. 225 agamosperme microsoorten en zeker één sexuele microsoort.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1378 |