Akkermelkdistel RH. 2334
Volledige wetenschappelijke naam: Sonchus arvensis L.
Diagnostische kenmerken: Planten met lange witte ondergrondse uitlopers. Bloemen goud- tot iets oranjeachtig-geel, hoofdjes 4-5 cm breed. Omwindsel met weinig tot vele geelachtige klierharen, zelden zonder deze. Stengelbladen met afgeronde oortjes, deze tegen de stengel aangedrukt. Nootjes weinig afgeplat, ongevleugeld, met tamelijk scherpe lengteribben, geheel bezet met korte en zeer dicht opeen geplaatste dwarse ribbels, roodachtig bruin, ca. 4 mm lang.
0,20-1,50. Juni-herfst. Geofyt, Hemikryptofyt.
Standplaats: Op vochtige, zeer voedselrijke, vaak omgewerkte grond in akkers, op grazige en stenige plaatsen; ook in de zeeduinen en op aanspoelselgordels.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen.
Ecologische groepen: P48, R48, bP60st.
Plantensociologische groepen: WdH: 12Aa, 15Ab; 17Bb.
Europees areaal: Centraal, 344422.
Opm. In de duinen, vooral aan de lijzijde van de zeereep, worden planten gevonden met vettig aanvoelende, onregelmatig ingesneden bladen. Deze worden wel onderscheiden als Sonchus arvensis var. maritimus G.Mey. - BB. 1223 [Nederlandse Oecologische Flora 4: 172; Atlas van de Nederlandse Flora 2: 296; D.M. Pegtel, On the ecology of two varieties of Sonchus arvensis L., Diss. Groningen 1976; Wilde Planten 1: 198]
Opm. De vorm waarbij het omwindsel kaal is, wordt onderscheiden als subsp. uliginosus (M.Bieb.) Nyman sonchu11.jpg
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1391: gen. Sonchus |