Nachtsilene RH. 1204
Rode Lijst 4
Volledige wetenschappelijke naam: Silene nutans L.
Diagnostische kenmerken: Kelk alleen met korte klierharen. Plant overblijvend, tijdens de bloei met een rozet van spatelvormige bladen. Bloeiwijze bestaande uit trosvormig gerangschikte, kort gesteelde, meestal 3-bloemige bijschermen, de bloemen afstaand of knikkend, meestal naar een zijde gericht, alleen 's avonds (of bij donker weer) geopend en dan sterk geurend. Plaat der kroonbladen 2-spletig, wit.
0,30-0,60. Mei-juli. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op droge, kalkrijke, grazige grond en in laag struweel, vooral op hellingen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Renodunaal district; zeer zeldzaam in het Heuvelland, Fluviatiel en Waddendistrict (tot Den Helder); ook bij Amsterdam.
Ecologische groepen: G63.
Plantensociologische groepen: WdH: 20Bc6; 31Aa2; 34Ac.
Europees areaal: Subcentraal, 134422.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 22 |