Avondkoekoeksbloem RH. 0805
Volledige wetenschappelijke naam: Silene latifolia Poiret subsp. alba (Mill.) Greuter & Burdet Zie soort: Silene latifolia
Diagnostische kenmerken t.o.v. Silene dioica : Kroonbladen wit, soms roze (zie opmerking). Tanden van de doosvrucht schuin afstaand, recht. Bladen in of onder het midden het breedst, geleidelijk in de spitse top versmald. Bloemen in de namiddag en avond geopend, zwak geurend.
Opm. Schijnbaar tweeslachtige bloemen zijn aangetast door de schimmel Ustilago violacea [Nederlandse Oecologische Flora 1: 204, 205]
0,45-1,00. Mei-herfst. Hemikryptofyt (meestal monocarp).
Standplaats: Op open, vochtige tot droge, voedselrijke, omgewerkte grond aan akkerranden, ook onder hakhout.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen; vrij zeldzaam in het Noordelijk kleidistrict.
Ecologische groepen: P47, P67, R47, R67.
Plantensociologische groepen: WdH: 12Ba5; 17A; 34Ab3.
Europees areaal: Centraal, 344431.
Opm. De bastaard Silene xhampeana Meusel & K.Werner - BB. 1575 (Silene dioica x latifolia) is grotendeels vruchtbaar en vormt soms bastaardzwermen met de ouders; kroonbladen meestal roze. Plaatselijk algemeen, vooral op verstoorde plaatsen (bijv. na het rooien van houtwallen).
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze ondersoort wordt uitgesleuteld: Pagina 14 |