Boskruiskruid RH. 1190
Volledige wetenschappelijke naam: Senecio sylvaticus L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Senecio viscosus: Plant niet kleverig, in de bloeiwijze met verspreide zeer korte klierharen (tot 0,1 mm lang) en daartussen met meestal vrij talrijke lange klierloze haren (deze bochtig, een dunne spinnenwebachtige beharing vormend). Bladen geelachtig groen, later vaak rood aangelopen, de middelste en bovenste met getande oortjes halfstengelomvattend. Nootjes rondom aangedrukt kortharig, 2-2,5 mm lang.
0,05-0,90. Juni-aug. Therofyt.
Standplaats: Op open, droge, kalkarme, humeuze grond in open bossen en struweel, op kapvlakten, aan akkerranden.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen in het Pleistoceen en Duindistrict, elders zeldzaam.
Ecologische groepen: P62, P67, H61, H62, H63.
Plantensociologische groepen: WdH: 18Aa; 18Aa1; 36Aa2.
Europees areaal: Centraal, 144111.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1477 |