Gewone vlier RH. 1133
Volledige wetenschappelijke naam: Sambucus nigra L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Sambucus canadensis: Blaadjes meestal 5 (3-7), eirond tot elliptisch, dofgroen. Vrucht 6-8 mm in doorsnede, zwart, zelden wit, eetbaar.
Tot 6,00. Juni-juli. Fanerofyt.
Standplaats: Op vochtige tot droge, stikstofrijke, vaak omgewerkte grond in heggen en lichte bossen, op kapvlakten, in aanspoelselgordels, op drooggevallen platen en achter de zeereep.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen. Ook veel aangeplant.
Ecologische groepen: H47, H48, H69.
Plantensociologische groepen: WdH: 34; 34Ab2; 38Aa.
Europees areaal: Centraal, +44233.
Opm. In cultuur is een vorm met dubbelgeveerde bladen en veerdelige blaadjes. Deze Sambucus nigra cv. 'Laciniata' | Peterselievlier- BB. 1884, wordt vaak verwilderd gevonden. sambucs5.jpg sambuc12.jpg
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1550 |