Katwilg RH. 1126
Volledige wetenschappelijke naam: Salix viminalis L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Salix dasyclados: Twijgen in de jeugd grijsachtig behaard, spoedig verkalend en geel. Bladen 7-20 maal zo lang als breed, 0,5-1,5 cm breed, 10-25 cm lang. Hout onder de bast glad. Bladsteel 0,5-1,5 cm lang. Steunbladen als bij Salix dasyclados.
1,50-4,00. Maart-april. Fanerofyt.
Standplaats: Vooral in grienden en aan rivieroevers.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk algemeen. Ook aangeplant.
Ecologische groepen: H27, H28, H47, H48.
Plantensociologische groepen: WdH: 33A.
Europees areaal: Subcentraal, 224410.
Opm. De bastaarden Salix xsericans A.Kern. - BB. 5138 (Salix caprea x viminalis) en Salix xsmithiana Willd. - BB. 1595 (Salix cinerea x viminalis) onderscheiden zich door de halfniervormige steunbladen en de kortere, bredere bladen. Beide bastaarden worden aangeplant en zijn vaak moeilijk van elkaar te onderscheiden. salix_se.jpg
Opm. De bastaard Salix xsmithana Huds. - BB. 1591 (Salix cinerea x viminalis) onderscheidt zich door ook in de jeugd zilverachtig behaarde bladen, ten dele vergroeide helmdraden, en de lange stijl. Meestal aangeplant; ook spontaan. salix_sm.jpg
Opm. Bastaarden van deze soort zijn herkenbaar aan de 3 meeldraden bezittende bloemen, de langgesteelde vruchtbeginsels, en aan de afbladderende bast der twijgen. Salix xmollissima Elwert - BB. 5136 (Salix triandra x viminalis) onderscheidt zich door de in de jeugd zilverachtig behaarde bladen en de lange stijl. Aangeplant; ook spontaan. salix_o2.jpg
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2333 |