Tengere vetmuur RH. 1109
Volledige wetenschappelijke naam: Sagina apetala Ard.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Sagina maritima: Bladen geleidelijk in de ca. 0,3 mm lange stekelpunt versmald, kaal of aan de voet met stijve wimperharen. Kelkbladen 1-2(-2,2) mm lang, weinig tot veel korter dan de kleppen van de doosvrucht, na de bloei vaak teruggeslagen. Bloemsteel na de bloei aan de top gebogen, tenslotte weer rechtopstaand.
0,02-0,10. Mei-juli. Therofyt.
Standplaats: Op open, droge, matig voedselrijke grond in de duinen, in akkers op löss en zandige klei, vaak op stenige plaatsen zoals tussen straatstenen, langs muurtjes, op spoorwegterreinen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Urbaan district, zeldzaam in het Renodunaal en Heuvelland district, elders zeer zeldzaam.
Ecologische groepen: P67.
Plantensociologische groepen: WdH: 10Aa4.
Europees areaal: Subcentraal, 043+14.
Opm. Vormenrijk. Men onderscheidt de volgende ondersoorten: - Kelkbladen, 1,7-2,2 mm lang, in de vruchttijd rechtopstaand, vaak kort klierharig, de buitenste bijna steeds duidelijk genaald. Bladen kaal of de bovenste iets klierharig, zelden iets gewimperd:-> Sagina apetala subsp. apetala [Sagina ciliata Fr.] - BB. 1522
- Kelkbladen 1,0-1,6 mm lang, in de vruchttijd meestal recht afstaand, kaal, de buitenste spits of met een kort stekelpuntje. Bladen tenminste bij de voet met stijve wimperharen:-> Sagina apetala subsp. erecta (Hornem.) F.Herm. - BB. 1523
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 855 |