Akkerkers RH. 1078
Volledige wetenschappelijke naam: Rorippa sylvestris (L.) Besser
Diagnostische kenmerken t.o.v. Rorippa amphibia: Bladen veerdelig, met smalle, tamelijk kleine eindslip (0,25-0,2 van de totale bladlengte), niet geoord. Vrucht (zelden zaadzettend) 2-3 maal zo lang als de steel, afstaand (niet teruggeslagen), 9-22 x 1,0-1,2 mm, stijl tot 1 mm lang. Kroonbladen helder geel, (2,5-)3-5,5 mm lang.
Opm. Langs rivieroevers komt voor de vruchtbare bastaard Rorippa xanceps (Wahlenb.) Rchb. - BB. 1077 (Rorippa amphibia x sylvestris; syn. Rorippa (x) prostrata auct. Deze vormt vaak bastaardzwermen. Van Rorippa sylvestris te onderscheiden door de grote eindslip van het blad (0,25-0,7 van de totale bladlengte), de meestal ten dele teruggeslagen vruchtstelen, de kortere, bredere vruchten en de langere stijlen. Van Rorippa amphibia onderscheidbaar door de dieper ingesneden bladen en de langere vruchten. rorippa3.jpg
0,20-0,45. Juni-sept. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op open tot grazige, natte tot vochtige, meestal omgewerkte grond, vooral in akkers en uiterwaarden.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen.
Ecologische groepen: P28, P48, G48.
Plantensociologische groepen: WdH: 11Ab; 16Ab2.
Europees areaal: Centraal, 144443.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 639 |