Robinia RH. 1877
Volledige wetenschappelijke naam: Robinia pseudoacacia L.
Diagnostische kenmerken: Takken kaal. Blaadjes 9-25, eirond of langwerpig-eirond. Steunblaadjes tot sterke dorens vervormd. Bloemtrossen hangend, langwerpig, los, kort gesteeld. Bloemen wit, welriekend. Vrucht kaal.
Tot 25,00. Juni-juli. Fanerofyt.
Standplaats: Op taluds en in bossen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Pleistoceen, Heuvelland en Renodunaal district, elders vrij zeldzaam. Ook aangeplant.
Ecologische groepen: H62, H63, H69.
Plantensociologische groepen:
Europees areaal: Buiten areaal, 023012. Oorspronkelijk uit N.-Amerika.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 507 Pagina 2189 |