Aalbes RH. 1071
Volledige wetenschappelijke naam: Ribes rubrum L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Ribes nigrum: Knopschubben lang blijvend, evenmin als de zijtakken met zittende gele klieren bezet. Bladstelen met korte en lange gesteelde klieren, deze met een roodbruin klierknopje. Bladschijf aan de onderzijde meestal dicht bezet met enkelvoudige haren, daartussen soms met kleine roodbruine zittende kliertjes. Kelkbuis schotelvormig, met een 5-hoekige ringwal rondom de stijl, kaal. Kelkslippen afstaand. Bloemkroon geelachtig groen. Bessen rood of geelwit.
0,90-1,50. April-mei. Fanerofyt.
Standplaats: Op vochtige tot natte, meer of minder voedselrijke grond in loofbossen en heggen, ook in de duinen en in knotwilgen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk vrij algemeen. Ook in cultuur om de eetbare bessen.
Ecologische groepen: H27, H28, H42, H47.
Plantensociologische groepen: WdH: 38Aa.
Europees areaal: Centraal, 02200+.
Opm. De cultuurplanten met rode en witte bessen behoren tot deze soort of zijn ontstaan door kruising van deze met verwante Ribes-soorten.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2219 |