Amerikaanse vogelkers RH. 1020
Volledige wetenschappelijke naam: Prunus serotina Ehrh.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Prunus padus: Bladen van onderen (vooral in het basale deel) langs de zijden der middennerf behaard, de zijnerven niet of alleen aan de voet behaard. Zijnerven talrijk, tot 60 paar, waarvan tot 15 paar doorgaand tot de rand, deze van onderen niet of nauwelijks uitspringend. Bladen van boven kaal en glanzend, iets leerachtig. Plant zonder worteluitlopers. Kroonbladen 2,5-4 mm lang. Vrucht aan de voet met een blijvend 'kroontje' (de kelkbuis).
Tot 20,00. Eind mei-juni. Fanerofyt.
Standplaats: Op droge tot vrij vochtige, min of meer zure grond in bossen en struwelen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vroeger (begin 20ste eeuw) op grote schaal aangeplant, thans algemeen ingeburgerd; vrij zeldzaam in het Fluviatiel- en Hafdistrict en in Flevoland.
Ecologische groepen: H41, H42, H61, H62.
Plantensociologische groepen: WdH: 37Aa2.
Europees areaal: Buiten areaal, 023000. Oorspronkelijk uit N.-Amerika.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 362 Pagina 2317 |