Vogelkers RH. 1019
Volledige wetenschappelijke naam: Prunus padus L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Prunus serotina: Bladen van onderen (vooral in het basale deel) langs de nerfoksels behaard, middennerf tussen de opeenvolgende zijnerven kaal. Zijnerven 7-12 paar, evenals een deel der fijnere nervatuur van onderen duidelijk uitspringend. Bladen van boven met korte haren in de groeven van middennerf en zijnerven, mat, kruidachtig. Plant met worteluitlopers. Kroonbladen 6-10 mm lang. Kelkbuis tijdens de vruchtrijping afvallend.
Tot 15,00. Eind april-mei. Fanerofyt.
Standplaats: Op vrij vochtige tot vrij natte, voedselrijke grond in lichte loofbossen, houtwallen en struweel.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Pleistoceen en Fluviatiel district en op de grens van het Renodunaal en Laagveendistrict, elders zeer zeldzaam. Vaak aangeplant.
Ecologische groepen: H42, H47.
Plantensociologische groepen: WdH: 34Aa2; 38Aa.
Europees areaal: Subcentraal, 42441+.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 362 |