Grote klaproos RH. 0916
Volledige wetenschappelijke naam: Papaver rhoeas L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Papaver dubium: Stengelbladen met een duidelijke, weinig gedeelde eindlob, deze gezaagd. Doosvrucht minder dan 2 maal zo lang als breed; stempelstralen (6-)8-13, meestal zwartpaars, elkaar ten dele bedekkend. Bloemstelen met afstaande of aangedrukte haren bezet. Kroonbladen scharlakenrood, soms roze, zelden wit, aan de voet vaak zwart gevlekt, of bij sierplanten met witte, oranje, donker- en lichtrode of gevulde bloemen.
Opm. Variabel in bloemkleur en in de beharing der bloemsteel.
0,20-0,60. Eind mei-juli. Therofyt.
Standplaats: Op open, omgewerkte plaatsen op vochtige tot vrij droge, voedselrijke grond in akkers, wegbermen en langs spoorwegen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen; zeldzaam in het Drents district.
Ecologische groepen: P47, P48, P67, P68.
Plantensociologische groepen: WdH: 13.
Europees areaal: Centraal, +44234.
Opm. De onvruchtbare bastaard Papaver xexspectatum Fedde - BB. 5103 (Papaver dubium x rhoeas) is zeer variabel en onderscheidt zich o.a. door de onregelmatig gevormde stempelstralen. Enkele malen gevonden.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 758 |