Stofzaad RH. 0834
Rode Lijst 2
Volledige wetenschappelijke naam: Monotropa hypopitys L.
Diagnostische kenmerken: Gehele plant bleekgeel of wit, later zwart wordend. Stengel onvertakt, bros, met schubben bezet. Bloemen in een dichte, knikkende, later opgerichte tros. Kelkbladen en kroonbladen 4, de laatste aan de voet met een uitzakking. Meeldraden 8.
0,10-0,30. (Mei-) Juni-sept. (sterk wisselend). Geofyt.
Standplaats: Op vrij vochtige tot droge, voedselarme grond in bossen en duinstruweel.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeldzaam in het Renodunaal district, zeer zeldzaam in het Wadden, Gelders en Kempens district; in het Drents, Subcentreuroop en Heuvelland district wel verdwenen.
Ecologische groepen: H63, H69.
Plantensociologische groepen: WdH: 30Bb2; 36; 37.
Europees areaal: Centraal, 144421.
Opm. Men onderscheidt de volgende ondersoorten: - Bloeiwijze met ten hoogste 11 bloemen. Bloemen 9-13 mm lang. Stijl even lang als of langer dan het vruchtbeginsel. Binnenzijde van de kroonbladen, meeldraden, vruchtbeginsel en stijl behaard:-> Monotropa hypopitys subsp. hypopitys - BB. 1492
- Bloeiwijze met ten hoogste 8 bloemen. Bloemen 8-10 mm lang. Stijl hoogstens even lang als het vruchtbeginsel. Binnenzijde van de kroonbladen, meeldraden, vruchtbeginsel en stijl kaal tot behaard:-> Monotropa hypopitys subsp. hypophegea (Wallr.) Holmb. - BB. 1491
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2001 |