Gele dovenetel RH. 0702
Volledige wetenschappelijke naam: Lamiastrum galeobdolon (L.) Ehrend. & Polatschek De volgende cultivar wordt gevonden: Lamiastrum galeobdolon florentinum
Diagnostische kenmerken: Bladen ongevlekt of met verspreide kleine witte vlekken. Plant (meestal) met uitlopers. Bloemkroon geel met bruine vlekken op de onderlip; de onderlip met 3 vrijwel gelijke, spitse slippen. Onderste bladen lang gesteeld, rondachtig tot langwerpig, met afgeknotte of iets hartvormige voet, stomp, dubbel gekarteld, vaak witachtig gevlekt, de bovenste korter gesteeld of zittend, eirond tot langwerpig, spits, gekarteld-gezaagd. Kroonbuis iets gekromd, van binnen met een schuine haarring.
0,20-0,60. April-juni. Chamaefyt.
Standplaats: Op vochtige, meer of minder voedselarme, al of niet kalkhoudende grond in loofbossen en hakhout.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Heuvelland district, vrij zeldzaam in het Subcentreuroop district, zeldzaam in het Gelders en Kempens district. Opm. De verspreidingskaart geeft ook verwilderde en ingeburgerde planten aan van de cultivar 'Florentinum'.
Ecologische groepen: H43, H47.
Plantensociologische groepen: WdH: 38A.
Europees areaal: Subcentraal, 034221.
Opm. Men onderscheidt de volgende ondersoorten: -Stengel rondom behaard. Schijnkransen met 10 of meer bloemen. Kelktanden half zo lang als de kelkbuis:-> Lamiastrum galeobdolon subsp. montanum (Pers.) Ehrend. & Polatschek -BB. 1486
-Stengel uitsluitend op de ribben behaard. Schijnkransen met 2-8 bloemen. Kelktanden meestal 0,7 maal zo lang als de kelkbuis [Lamium galeobdolon L. subsp. vulgare Hayek]:-> Lamiastrum galeobdolon subsp. galeobdolon - BB. 1487 lamia_a3.jpg
De stengelbeharing van het Nederlandse materiaal is nogal variabel, en correspondeert niet duidelijk met de andere genoemde kenmerken.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 948: gen. Lamiastrum |