Kompassla RH. 0699
Volledige wetenschappelijke naam: Lactuca serriola L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Lactuca virosa: Nootjes bij rijpheid (zonder snavel en pappus) ca. 3 x 1 mm, aan de top kort behaard (loep!), smal gerand, lichtbruin met meestal donkerder vlekjes; onrijpe, verse nootjes wit tot crème. Bladen vaak een kwartslag gedraaid, de bovenste helft vertikaal staand, ongedeeld tot bochtig veerspletig, de middennerf van onderen met meestal meer dan 2 mm lange stekels.
0,60-1,20. Juli-herfst. Therofyt, Hemikryptofyt (2j.) Standplaats: Op open, vochtige, voedselrijke, omgewerkte grond.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk vrij algemeen in het Urbaan, Laagveen-, Estuariën-, Fluviatiel en Heuvelland district; zeldzaam in het Pleistoceen district, elders zeer zeldzaam.
Ecologische groepen: P47, P48.
Plantensociologische groepen: WdH: 12B.
Europees areaal: Subcentraal, +34444.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1397 |