Smal fakkelgras RH. 0693
Volledige wetenschappelijke naam: Koeleria macrantha (Ledeb.) Schult.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Koeleria pyramidata: Bladen van boven zeer dicht bezet met korte haren en, vooral bij de bladvoet en de schedemond, met enkele lange haren. Aartjes 4-6 mm lang. Stengel ter hoogte van de bovenste bladschede 0,6-0,8 mm dik. Bloeiwijze 4-7 cm lang.
0,30-0,80. Juni-juli. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op open tot grazige, droge, kalkhoudende grond in de duinen, op rivierduintjes, dijken en kalkgraslanden, soms langs spoorwegen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk algemeen in het Duindistrict; zeldzaam in het Heuvelland en Fluviatiel district; elders adventief met zand.
Ecologische groepen: G63.
Plantensociologische groepen: WdH: 20; 20Bc; 21.
Europees areaal: Subcentraal, +34342.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1760: gen. Koeleria Pagina 1934 |