Beemdkroon RH. 0692
Volledige wetenschappelijke naam: Knautia arvensis (L.) Coult.
Diagnostische kenmerken: Stengel door zeer korte haren grijs-, door langere haren stijf behaard. Bladen grijsgroen, de bovenste meestal veerspletig of -delig, de onderste meestal ongedeeld, zelden alle veerspletig. Bijzonder omwindsel ruw behaard, samengedrukt vierkantig, kort getand. Randbloemen meestal stralend. Bloemkroon 4-spletig, lila, zelden wit, zeer zelden geel.
0,15-0,60. Juni-herfst. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op vochtige, kalkhoudende grond op grazige, vaak zandige bermen en dijken, ook aan struweelranden en in de binnenduinen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Heuvelland district; vrij zeldzaam in het Renodunaal, Vlaams, Fluviatiel en aangrenzend Pleistoceen district, elders zeer zeldzaam.
Ecologische groepen: G43, G47kr.
Plantensociologische groepen: WdH: 25 Ba1; 34Ab3.
Europees areaal: Centraal, 344422.
Opm. Onlangs is in IJsselmeerpolders (Noordoostpolder) gevonden Knautia dipsacifolia Kreutzer Bergknautia - BB. 2450 [Gorteria 13: 74]; deze onderscheidt zich door de ongedeelde bladen. knautia3.jpg
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1557 |