Gele lis RH. 0665
Volledige wetenschappelijke naam: Iris pseudacorus L.
Diagnostische kenmerken: Blad bij het doorbreken niet onaangenaam ruikend, iets blauwgroen, 's winters afstervend. Bloem geel. Zaden schijfvormig, donkerbruin, in de herfst vrijkomend.
0,40-1,20. Mei-juli. Geofyt, Helofyt.
Standplaats: Aan waterkanten, in moerassen en moerasbossen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Ook als sierplant langs vijvers e.d. algemeen.
Ecologische groepen: R27, R28, H27, H28, V17, V18.
Plantensociologische groepen: Veg.: 8. WdH: 19; 19B; 19Ba5; 32Aa3; 35Aa.
Europees areaal: Centraal, 144434.
Opm. Een groot aantal soorten en bastaarden is in cultuur in tuinen. Met tuinafval weggeworpen planten worden wel eens 'in het wild' aangetroffen. Vroeger (in de 17e/18e eeuw) is bij Vogelenzang gevonden Iris foetidissima L. - BB. 5077 [Ned. Kruidk. Arch. 1,1: 400; Atlas van de Nederlandse Flora 1: 28].
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 89 |