Gladde witbol RH. 0632
Volledige wetenschappelijke naam: Holcus mollis L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Holcus lanatus: Wortelstokken lang, plant in losse zoden groeiend. Bladrand zonder lange haren (blad van boven dicht behaard). Stengel alleen op de knopen behaard, verder kaal. Kafnaald van de lemma van de tweede (mannelijke) bloem knievormig gebogen en duidelijk buiten de kelkkafjes uitstekend.
0,30-0,90. Juni-aug. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op droge tot vochtige, zure grond in bossen, houtwallen en beschaduwde bermen, ook in zandige graslanden, aan waterkanten en op zandige akkers.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen in het Pleistoceen, Heuvelland en Renodunaal district, elders vrij zeldzaam.
Ecologische groepen: G47, G61, G67, H41, H42, H47, H61, H62.
Plantensociologische groepen: WdH: 13A; 36Aa1; 37Aa.
Europees areaal: Centraal, +44111.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1829: gen. Holcus Pagina 1969 |