Damastbloem BB. 1860
Volledige wetenschappelijke naam: Hesperis matronalis L.
Diagnostische kenmerken: Plant met enkelvoudige en gegaffelde haren. Bladen eirond tot lancetvormig, toegespitst, getand, de onderste gesteeld, de bovenste bijna zittend. Kroonbladen 1,5-2,5 cm lang, purper of lila, zelden wit, welriekend, de plaat omgekeerd eirond, stomp, meestal met een spitsje. Vruchten smal lijnvormig, meestal 3-4 cm lang, soms langer, vrijwel rolrond.
0,45-0,90. Mei-juli. Hemikryptofyt.
Zeldzaamheid en verspreiding: Sierplant; vaak verwilderd op half beschaduwde plaatsen.
Plantensociologische groepen: WdH: 38Aa.
Europees areaal: M.- en Z.-Europa, W.- en M.-Azië.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 678 |