Zachte haver RH. 0604
Volledige wetenschappelijke naam: Helictotrichon pubescens (Huds.) Pilg.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Helictotrichon pratense: Onderste bladscheden vrij dicht bezet met lange afstaande haren (de bovenste kaal). Bladen van boven niet opvallend lichter gekleurd dan van onderen, groen. Haren van de aartjesspil tot 7 mm lang. Aartjes 2-4-bloemig. Onderste kelkkafje meestal 1-nervig.
Opm. Onderscheidt zich van Arrhenatherum elatius door de in knop overlangs gevouwen, ongeribde bladen.
0,30-0,90. Mei-juni. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op vrij droge, matig voedselrijke, kalkhoudende grond in graslanden en tussen laag struweel.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Renodunaal district, vrij zeldzaam in het Fluviatiel en Heuvelland district; elders zeldzaam.
Ecologische groepen: G43, G63.
Plantensociologische groepen: WdH: 20; 21; 34Ac1.
Europees areaal: Centraal, 14432+.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1801: gen. Helictotrichon Pagina 1919 |