Fijn schapengras RH. 1474
Volledige wetenschappelijke naam: Festuca filiformis Pourr.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Festuca ovina en Festuca cinerea: Lemma kaal, kort toegespitst, het naaldje hoogstens 0,5 mm lang, meestal korter. Blad van niet-bloeiende spruiten 0,3-0,4 mm breed, van boven met 1 rib.
0,10-0,40. Mei-aug. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op droge, voedselarme grond in lage graslanden, op heidevelden en in lichte, zure bossen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen in het Pleistoceen en Duindistrict, elders vrij zeldzaam.
Ecologische groepen: G41, G42, G61, G62, H62.
Plantensociologische groepen: WdH: 20Bc3; 20Bc4; 30Aa.
Europees areaal: Centraal.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1859 Pagina 1861 |