Sachalinse duizendknoop RH. 1875
Volledige wetenschappelijke naam: Fallopia sachalinensis (Maxim.) Ronse Decr.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Fallopia japonica: Zijnerven der bladen 8-12 paar. Bovenste bladen 14-30 cm lang, met iets hartvormige voet. Bloeiwijzeas en tuitjes in de bloeiwijze dicht bezet met meercellige, tot 0,5 mm lange haren, tuitjes merendeels in een lange spits uitlopend.
1,00-4,00. Aug.-okt. Geofyt, Hemikryptofyt.
Standplaats: Op vochtige, voedselrijke grond in bossen en langs bos- en beschaduwde wegranden.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeldzaam.
Ecologische groepen: H48.
Europees areaal: Buiten areaal, 033000. Oorspronkelijk uit O.-Azië.
Opm. Wordt wel verwisseld met Persicaria wallichii.
Opm. De bastaard Fallopia xbohemica (Chrtek & Chrtkova) Bailey - BB. 2487 [Fallopia japonica x sachalinensis; = Polygonum xvivax Schmitz & Strank - Gött. Florist. Rundbr. 19: 17] is bij Aken gevonden. De planten zijn vruchtbaar en intermediair tussen de oudersoorten, maar lijken vooral op Fallopia sachalinensis. Het voorkomen van de bastaard in Nederland is nog niet vastgesteld.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1183 |