Boekweit BB. 1807
Volledige wetenschappelijke naam: Fagopyrum esculentum Moench
Diagnostische kenmerken t.o.v. Fagopyrum tataricum: Nootje met rechte, scherpe ribben, ca. 2 maal zo lang als het bloemdek. Bloemdek wit of rozeachtig. Bladen driehoekig-pijlvormig, meestal iets langer dan breed.
0,15-0,60. Juni-aug. Therofyt.
Standplaats: Hier en daar opslaand en enige tijd standhoudend, bijv. in omgewerkte bermen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Tegenwoordig nauwelijks meer in cultuur als landbouwgewas, maar nog wel als nectarplant; zaden vormen een bestanddeel van vogelvoer.
Areaal: M.-Azië.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1289: gen. Fagopyrum |