Vleeskleurige orchis RH. 0884
Rode Lijst 3. Beschermd!
Volledige wetenschappelijke naam: Dactylorhiza incarnata (L.) Soó
Diagnostische kenmerken t.o.v. Dactylorhiza majalis: Lip (vlak uitgespreid!) ongeveer even lang als breed (gerekend vanaf de spooringang), 5-8 mm lang. Middelste stengelbladen meestal de onderste bloemen bereikend, onder het midden het breedst. Bloemen donkerpaars of roze of zwak geelachtig-roze (vleeskleurig), zelden wit. Honingmerk bestaande uit fijne stipjes en lijntjes, begrensd door een fijne, vaak ononderbroken hartvormige lijn. Bladen zelden gevlekt, vaak in 2 rijen geplaatst.
0,15-0,60(-1,20). Mei-juni (-juli). Geofyt.
Standplaats: Op natte, kalkhoudende zandgrond in duinvalleien, op zandplaten en opgespoten terreinen en in kleigroeven; ook in blauwgraslanden en trilvenen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij zeldzaam in het Waddendistrict, elders zeldzaam.
Ecologische groepen: G22, G23.
Plantensociologische groepen: Veg.: 9Ba. WdH: 27Ba.
Europees areaal: Centraal, 344431.
Opm. Populaties van planten die aangeduid worden onder de (onjuiste) naam Dactylorhiza sphagnicola ('Veenorchis') behoren o.i. tot diverse, door bastaardering ontstane tussenvormen van Dactylorhiza maculata en Dactylorhiza incarnata, resp. Dactylorhiza majalis. [Nederlandse Oecologische Flora 5: 369; Gorteria 18: 101; Eurorchis 4: 67.] dactyl17.jpg dactyl18.jpg dactyl19.jpg
Opm. Vermoedelijk ten onrechte is vroeger voor Nederland vermeld Dactylorhiza traunsteineri (Sauter) Soó [Orchis traunsteineri Sauter; Atlas van de Nederlandse Flora 1: 157; C.A.J. Kreutz, De Verspreiding van de Inheemse Orchideeën in Nederland, KNNV Natuurhistorische Bibliotheek nr. 44, 1987.: 131]. Deze planten zijn waarschijnlijk te beschouwen als bastaarden van Dactylorhiza maculata met Dactylorhiza majalis s.l. [Zie H. Sundermann, Europäische und mediterrane Orchideen: 171.]
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 115 |