Brem RH. 1140
Volledige wetenschappelijke naam: Cytisus scoparius (L.) Link
Diagnostische kenmerken: Bezemvormige struik. Twijgen kaal, groen, ongeveer 5-kantig. Onderste bladen 3-tallig, blaadjes langwerpig, 0,5-2 cm lang, meestal van onderen aangedrukt behaard. Bovenste bladen zittend, enkelvoudig. Kelk 2-lippig, met kleine tanden. Bloemen okselstandig, 1 of 2 bijeen. Vlag 1,5-2 cm lang; kiel na de bloei omlaag geklapt. Vrucht plat, 2,5-4 cm lang, op de naden behaard, verder kaal.
0,60-2,00. Mei-juni, soms weer in de herfst. Fanerofyt.
Standplaats: Op allerlei droge, kalkarme, vaak omgewerkte grond.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Pleistoceen en Heuvelland district, vrij zeldzaam in het Duindistrict. Elders adventief met zand of aangeplant.
Ecologische groepen: H61, H62.
Plantensociologische groepen: WdH: 30Ba1.
Europees areaal: Centraal, +43112.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 511 Pagina 2197 |