Klein warkruid RH. 0379
Rode Lijst 2
Volledige wetenschappelijke naam: Cuscuta epithymum (L.) L.
Diagnostische kenmerken: Stijl en stempel (in jonge, open bloemen!) samen langer dan het vruchtbeginsel, buiten de kroonbuis uitstekend. Kroonschubben min of meer over het vruchtbeginsel gebogen, langwerpig, regelmatig gewimperd. Stengel dun, draadvormig, vaak rood. Kelkslippen eirond, spits of toegespitst. Bloemkroon buisklokvormig, wit of roodachtig, de kroonbuis even lang als of iets langer dan de eironde, spitse of toegespitste slippen. Vrucht bolvormig of iets afgeplat, ca. 2 mm in doorsnede.
0,30-0,60. Juni-sept. Therofyt.
Standplaats: Op open plaatsen op droge, voedselarme grond in heiden en lage, schrale graslanden, vaak na plaggen of brand. Vooral op Struikhei woekerend, verder op Dophei en bremsoorten; op kalkhoudende bodem vooral op Geel walstro, Grote tijm en Gewone rolklaver.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeldzaam in het Pleistoceen district, zeer zeldzaam in het Heuvelland en Renodunaal district.
Ecologische groepen: G61, G62, G63.
Plantensociologische groepen: WdH: 30.
Europees areaal: Subcentraal, +34234.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2016 |