Paardenbloemstreepzaad RH. 0375
Volledige wetenschappelijke naam: Crepis vesicaria L. subsp. taraxacifolia (Thuill.) Schinz & R.Keller Zie soort: Crepis vesicaria
Diagnostische kenmerken t.o.v. Crepis biennis en Crepis capillaris : Tenminste de middelste nootjes lang gesnaveld. Omwindsel en hoofdjessteel kaal of behaard en al of niet met klierharen maar zonder gele borstelharen. Bloemhoofdjesbodem behaard. Randbloemen van onderen paars aangelopen.
0,20-0,80. Mei-aug. Hemikryptofyt (monocarp), Therofyt.
Standplaats: Op open plaatsen op vochtige, kalkhoudende grond in bermen, op dijken.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk vrij algemeen in het Estuariën- en aangrenzend Laagveendistrict, en in het Renodunaal, Vlaams en Fluviatiel district; vrij zeldzaam in het Heuvelland en Urbaan district (Rijnmond).
Ecologische groepen: G47kr.
Europees areaal: Marginaal, 0220+3.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze ondersoort wordt uitgesleuteld: Pagina 1406 |