Canadese fijnstraal RH. 0475
Volledige wetenschappelijke naam: Conyza canadensis (L.) Cronq.
Diagnostische kenmerken: Buitenste lintbloemen rechtopstaand en niet buiten het hoofdje uitstekend, de plaat tot 1 mm lang, witachtig of bleek paars. Binnenste omwindselbladen 4-4,5 mm lang. Tussen de lintbloemen geen lintloze bloemen aanwezig. Pappus uit een enkele rij borstelharen bestaand. Hoofdjes 3-4(-7) mm breed, in lange pluimen, de zijtakken met trosvormig gerangschikte hoofdjes.
0,20-0,75. Juli-herfst. Therofyt.
Standplaats: Op open, droge, voedselrijke, omgewerkte, zandige, braakliggende grond, ook tussen plaveisel.
Zeldzaamheid en verspreiding: Algemeen; vrij zeldzaam in het Drents en Noordelijk kleidistrict.
Ecologische groepen: P67, P68.
Plantensociologische groepen: WdH: 12Ba.
Europees areaal: Buiten areaal, 034444. Oorspronkelijk uit N.-Amerika.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1496 |