Bosrank RH. 0339
Volledige wetenschappelijke naam: Clematis vitalba L.
Diagnostische kenmerken t.o.v. Clematis viticella: Bloemdekbladen van binnen witachtig, aan weerszijden viltig., ca. 1 cm lang. Bloemen in eindelingse en okselstandige pluimen. Bladen enkel geveerd. Snavel der vruchtjes tot 4 cm lang, lang behaard.
Houtige liaan, tot 30 m hoog in bomen; ook wel kruipend. Juni-aug. Fanerofyt.
Standplaats: Op vochtige, voedselrijke, kalkhoudende grond aan bosranden, in heggen en in struweel; recent in plantsoenen in stedelijke gebieden en op kribben langs de grote rivieren.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Heuvelland en het oosten van het Fluviatiel district; elders zich uitbreidend, vooral in het Renodunaal en Urbaan district.
Ecologische groepen: R47, H43.
Plantensociologische groepen: WdH: 34A; 34Ab3.
Europees areaal: Marginaal, 033033.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 464: gen. Clematis |