Gele ganzenbloem RH. 0321
Volledige wetenschappelijke naam: Chrysanthemum segetum L.
Diagnostische kenmerken: Plant kaal. Bladen blauwgroen, langwerpig omgekeerd eirond tot lancetvormig, grof getand tot veerspletig, met getande slippen, de onderste steelachtig versmald, de overige zittend met verbrede, iets stengelomvattende voet. Lintbloemen geel (zelden ontbrekend), de nootjes ervan met 2 vleugels. Buisbloemen geel, de nootjes ongevleugeld, 10-ribbig. Pappus ontbrekend. Stroschubben ontbrekend.
0,30-0,60. Juni-herfst. Therofyt.
Standplaats: Op open, vochtige tot droge, voedselrijke, zandige, omgewerkte grond in akkers en op bermen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk vrij algemeen in het Kempens, Heuvelland en het Limburgse deel van het Fluviatiel en Subcentreuroop district; zeldzaam elders in het Pleistoceen district, overigens zeer zeldzaam
Ecologische groepen: P47.
Plantensociologische groepen: WdH: 12Aa1.
Europees areaal: Centraal, 143114.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1530 |