Haagbeuk RH. 0270
Volledige wetenschappelijke naam: Carpinus betulus L.
Diagnostische kenmerken: Bladen ongeveer elliptisch, met iets scheve, afgeronde tot iets hartvormige voet en toegespitste top, dubbel gezaagd; zijnerven 10-15 paar. Omhulsel van de vrucht 3-slippig, de middelste slip veel langer dan de zijdelingse. Takken grijsachtig, kaal.
Tot 25,00. April-mei. Fanerofyt.
Standplaats: Op vochtige, voedselrijke, vaak kalkrijke grond in loofbossen, houtwallen en hakhout.
Zeldzaamheid en verspreiding: Plaatselijk vrij algemeen in het Heuvelland, Subcentreuroop en aangrenzend Fluviatiel district, elders twijfelachtig wild. Ook veel aangeplant als laanboom en in heggen.
Ecologische groepen: H43, H47.
Plantensociologische groepen: WdH: 34Aa1; 34Ab"; 38Ab1.
Europees areaal: Marginaal, 023131.
Dit zijn de pagina's in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 2300 Pagina 2356 |