Hazenzegge RH. 0246
Volledige wetenschappelijke naam: Carex ovalis Gooden.
Diagnostische kenmerken: Urntjes met een smalle, gezaagde vleugelrand, 3,5-5 mm lang en 1,5-2 mm breed, geelbruin, met 2-tandige snavel. Bloeiwijze meestal uit 3-6 dicht opeengedrongen aren bestaand, 2-4 cm lang. Kafjes lichtbruin met smalle, vliezige rand, even lang als de urntjes.
0,20-0,60. Mei-juni. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op vochtige, matig voedselrijke grond in lage graslanden, aan slootkanten, in grinden leemgroeven, in duinvalleien.
Zeldzaamheid en verspreiding: Vrij algemeen in het Pleistoceen, Duin- en plaatselijk in het Laagveendistrict; elders zeldzaam.
Ecologische groepen: G42, G47.
Plantensociologische groepen: WdH: 30Aa.
Europees areaal: Centraal, 244421.
Opm. Carex crawfordii Fernald - BB. 2455 komt adventief voor [Ned. Kruidk. Arch. 1932: 355; Gorteria 2: 21; Bull. Soc. Roy. Bot. Belgique 110: 42]. Deze onderscheidt zich als volgt: urntjes 3-4 mm lang, ca. 1 mm breed; bloeiwijze uit (3-)7-12 aren bestaand.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1670 |