Paardenhaarzegge RH. 0213
Rode Lijst 3
Volledige wetenschappelijke naam: Carex appropinquata Schumacher
Diagnostische kenmerken: Onderste bladscheden tot een zwartachtige, glanzende, taaie vezelmassa verwerend. Kafjes zonder of met een zeer smalle vliezige rand. Urntjes dof, de buikzijde met ca. 6, de rugzijde met 10-12 duidelijke nerven. Plant in dichte pollen groeiend, met (spoedig) overhangende halmen. Bladen 2-3 mm breed. Bloeiwijze onderaan vaak met tot 2 cm lange zijtakken.
0,40-0,80. April-mei. Hemikryptofyt.
Standplaats: Op natte, matig voedselrijke grond in moerasbossen, moerassen en beekdal- hooilanden.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeldzaam in het Drents district, zeer zeldzaam in het Gelders, Subcentreuroop, Kempens en Fluviatiel district.
Ecologische groepen: G27, H27.
Plantensociologische groepen: WdH: 19Ca6.
Europees areaal: Marginaal, 1+431+.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 1675 |