Gewoon herderstasje RH. 0200
Volledige wetenschappelijke naam: Capsella bursa-pastoris (L.) Medik.
Diagnostische kenmerken: Onderste bladen in een rozet, omgekeerd eirond-lancetvormig, gaafrandig tot veerdelig, in het onderste deel wigvormig versmald, van boven met kleine 3-5-armige aangedrukte haren (loep!) en al of niet met enkelvoudige haren, van onderen met 4-6-armige aangedrukte haren (loep!). Kroonbladen wit, 2-3 mm lang. Kelkbladen 1,5-2 mm lang, vaak roodgerand. Vrucht omgekeerd driehoekig-hartvormig, met vlakke of iets bolle zijden, 6-9 mm lang.
0,05-0,60. Maart-dec. Therofyt.
Standplaats: Op open, vochtige tot droge, zeer voedselrijke, omgewerkte grond in akkers, tussen bestrating, veel op tredplaatsen.
Zeldzaamheid en verspreiding: Zeer algemeen.
Ecologische groepen: P48tr, P68.
Plantensociologische groepen: WdH: 11Ab3; 12; 12Bb.
Europees areaal: Centraal, 444444.
Dit is de pagina in de Sleutel waar deze soort wordt uitgesleuteld: Pagina 660 |